# Normen en begrippen

*Wat de meetwaarden op een technische fiche betekenen*

Op elke technische fiche staan dezelfde soort getallen. Hieronder staat per begrip wat er precies gemeten wordt, op welke schaal, en waar u in de praktijk op moet letten. Wij gebruiken deze begrippen op alle productpagina's.

## Brandreactie in België

*De Euroklassen, het KB Basisnormen en waarom de ondergrond meetelt*

België werkt sinds 1 december 2012 met de Europese brandreactieklassen. Voor nieuwe gebouwen zijn die verplicht; de oude Belgische klassen A0 tot A4 zijn daarmee verdwenen. De eisen staan in het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen inzake brandpreventie, waarvan bijlage 5 de brandreactie regelt. Dat besluit is sindsdien meermaals aangepast, onder meer bij het KB van 7 december 2016.

De klassen zelf komen uit EN 13501-1 en staan hierboven beschreven. Wat in België vaak vergeten wordt, is dat de klasse geldt voor het geteste systeem, niet voor het materiaal alleen. NBN EN 13238 laat twee genormeerde ondergronden toe: een onbrandbare vezelcementplaat en een brandbare houtspaanplaat. Een resultaat op de onbrandbare plaat mag doorgetrokken worden naar alle ondergronden die zelf A1 of A2 zijn; een resultaat op de houtspaanplaat geldt voor onbrandbare én houten ondergronden. Op de brandbare plaat valt de klasse doorgaans lager uit.

Ook de lijm telt mee. NBN EN 14041 bepaalt dat de proefresultaten van een verlijmd proefstuk enkel gelden voor die vloerbekleding samen met dat lijmtype, of met lijmen van hetzelfde generieke type. Wordt er zonder lijm getest, dan gelden de resultaten voor de bekleding met én zonder lijm. Een los gelegde vloerbekleding scoort in de proef minder goed dan dezelfde bekleding verlijmd. De invloed van primer en egalisatielaag is verwaarloosbaar.

Een fabrikant is niet verplicht een prestatie te verklaren: wie niets aangeeft, valt in klasse Ffl, en dan is er geen enkele proef nodig. Een productfiche zonder brandklasse is dus geen detail dat vergeten werd.

*Bron: KB 7 juli 1994 basisnormen brandpreventie, bijlage 5 - KB 7 december 2016 - NBN EN 13501-1 - NBN EN 13238 - NBN EN 14041 - NBN EN ISO 9239-1 - Buildwise, brandeisen in België*

Wilt u zeker zijn dat een vloer of stof in uw project de gevraagde klasse haalt? Geef ons de eis uit het lastenboek door, dan vragen wij de juiste verklaring van prestaties op bij de fabrikant en zorgen we dat de lijm bij de proef aansluit.

## Akoestische eisen voor gebouwen

*De reeks NBN S 01-400 en de klassen A, B en C*

De akoestische eisen voor gebouwen in België staan in de normenreeks NBN S 01-400. Deel 1 gaat over woongebouwen, deel 2 over schoolgebouwen (2012) en deel 3 over andere niet-residentiële gebouwen. Deel 1 dateerde van 2008 en werd in 2022 herzien.

De belangrijkste vernieuwing van die herziening is de invoering van drie prestatieniveaus, afgestemd op het internationale classificatiesysteem ISO/TS 19488. Klasse C garandeert een minimale akoestische bescherming, klasse B ligt daarboven, en klasse A biedt een hogere bescherming tussen appartementen dan het "verhoogd akoestisch comfort" uit de uitgave van 2008. Daarnaast zijn er laagfrequente criteria bijgekomen, omdat de vroegere eisen bij lichte bouwwijzen te weinig zegden over de lage tonen die bewoners juist het meest storen.

Voor ons werk is dat vooral van belang bij projectinrichting: als een lastenboek een klasse uit deze norm oplegt, bepaalt dat mee de keuze van de vloerbedekking, de ondertapijt of de gordijnstof.

*Bron: NBN S 01-400-1 (woongebouwen, uitgave 2008, herzien 2022) - NBN S 01-400-2 (schoolgebouwen, 2012) - ISO/TS 19488*

## Sonoriteit en contactgeluid van vloeren

*NBN EN 16205 en de ΔLw-waarde*

Bij een vloer spelen twee heel verschillende dingen mee, en ze werken elkaar vaak tegen.

Sonoriteit is het loopgeluid dat u hoort in de ruimte zelf. Dat hangt af van de massa, de stijfheid en de hardheid van het oppervlak, en van de manier waarop de vloer op de ondergrond ligt. NBN EN 16205:2020 beschrijft twee maten om vloerbedekkingen daarop te vergelijken: Ln,walk,A, uitgedrukt in decibel, en RWS (radiated walking sound), uitgedrukt in sones, wat dichter bij het waargenomen geluidsvolume ligt. De oudere Franse klassen A tot D uit NF S 31-074:2002 worden in de praktijk nog gebruikt; die norm is sinds 2013 vervangen door EN 16205.

Contactgeluidsisolatie is wat de buren onder u horen. De verbetering die een vloerbedekking daaraan levert heet ΔLw, uitgedrukt in decibel, bepaald volgens NBN EN ISO 717-2 op metingen volgens NBN EN ISO 10140-3. Hoe hoger, hoe sterker de demping. Onder 15 dB is de demping zwak. De opgegeven waarde geldt voor een standaard betonplaat en dus enkel voor massieve draagvloeren, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.

| Vloerbedekking | Sonoriteit in de ruimte | Contactgeluid naar beneden |
|---|---|---|
| stijf en verlijmd (parket, tegels) | eerder ongunstig | zwak |
| stijf en zwevend (laminaat) | ongunstig | goed |
| soepel (tapijt, vinyl, linoleum, kurk) | gunstig | goed |

Van soepele bekledingen halen tapijt en kurk de hoogste ΔLw-waarden; homogeen pvc, halfsoepele pvc-tegels en linoleum liggen lager. Van veel stijve bekledingen bestaat een zogenoemde akoestische uitvoering met een soepele onderlaag, die het contactgeluid sterk verbetert. In nieuwbouwappartementen zorgt de zwevende dekvloer al voor de demping en telt de vloerbedekking daar minder; bij renovatie, in ziekenhuizen, scholen en kantoren is de vloerbedekking wél doorslaggevend.

*Bron: NBN EN 16205:2020 - NBN EN ISO 717-2 - NBN EN ISO 10140-3 - NF S 31-074:2002 - Buildwise, akoestische prestaties van vloerbedekkingen*

Zeg ons wat het zwaarst weegt - stil in de kamer zelf, of stil bij de buren - en wij zoeken de opbouw die daarbij past. De ΔLw-waarde staat op de technische fiche van elke kwaliteit; wij vragen ze op.

## Comfortklassen voor zonwering

*NBN EN 14501, de gtot-waarde en de beschaduwingsfactor Fc*

NBN EN 14501 deelt zonweringsdoeken in klassen in van 0 tot 4, waarbij 0 zeer weinig invloed betekent en 4 een uitgesproken positief effect. Dat gebeurt apart voor elke functie: thermisch comfort langs buiten, thermisch comfort langs binnen, opaciteitscontrole, beperking van de verblinding, nachtelijke intimiteit, visueel contact met buiten en gebruik van het daglicht. Sommige functies sluiten elkaar uit - een volledig opaak doek kan onmogelijk goed zicht naar buiten geven.

De zontoetredingsfactor gtot is de verhouding tussen de zonne-energie die binnendringt en de zonne-energie die op de opening valt, voor het geheel beglazing plus zonwering. De klassen liggen zo:

| Klasse | gtot |
|---|---|
| 0 | 0,50 en hoger |
| 1 | 0,35 tot 0,50 |
| 2 | 0,15 tot 0,35 |
| 3 | 0,10 tot 0,15 |
| 4 | lager dan 0,10 |

De beschaduwingsfactor Fc is gtot gedeeld door de g-waarde van de beglazing alleen. In de EPB-regelgeving heet dat de reductiefactor. Hoe lager, hoe beter: een Fc van 0,25 betekent dat de zonnewinsten door die glasopening vier keer kleiner zijn dan zonder zonwering. Buitenzonwering haalt daarbij veel lagere waarden dan binnenzonwering - dat is geen klein verschil maar de kern van de zaak.

De gtot wordt berekend volgens NBN EN 13363-1 (vereenvoudigd) of NBN EN 13363-2 (gedetailleerd). De klassen gelden alleen als de zonwering evenwijdig met de beglazing staat of er een hoek van minder dan 30 graden mee maakt. De productnormen zijn NBN EN 13561 voor buitenzonwering, NBN EN 13120 voor binnenzonwering en NBN EN 13659 voor luiken.

*Bron: NBN EN 14501 - NBN EN 13363-1 en -2 - NBN EN 13561, NBN EN 13120, NBN EN 13659 - Buildwise, functies van zonneweringen*

Een klasse van het doek alleen zegt te weinig. Geef ons het type beglazing door, dan rekenen we de gtot voor uw werkelijke situatie na en bestellen we het doek dat daarbij hoort. Zie ook zonwering.

## Emissiegrenzen voor vloerbekledingen en lijmen

*Het Belgische VOS-besluit, van kracht sinds 1 januari 2015*

België was na Frankrijk en Duitsland de derde Europese lidstaat die grenzen oplegde aan de uitstoot van schadelijke stoffen uit bouwmaterialen. Het koninklijk besluit daarover geldt sinds 1 januari 2015 en legt emissiegrenswaarden op voor ongeveer tweehonderd chemische stoffen. De eerste productgroep die eronder valt: elastische, textiele en houten vloerbekledingen en hun lijmen. Wie die waarden overschrijdt, mag het product in principe niet meer in België verkopen.

De metingen gebeuren volgens de technische specificatie CEN/TS 16516. De Belgische grenswaarden na 28 dagen:

| Criterium | Grenswaarde |
|---|---|
| TVOS, totaal vluchtige organische stoffen | minder dan 1.000 µg/m³ |
| TSVOS, totaal semivluchtige organische stoffen | minder dan 100 µg/m³ |
| R-waarde (som van VOS gedeeld door LCI) | kleiner dan 1 |
| formaldehyde | minder dan 120 µg/m³ |
| aceetaldehyde | minder dan 200 µg/m³ |
| tolueen | minder dan 300 µg/m³ |
| CMR-stoffen categorie 1A of 1B | minder dan 1 µg/m³ |

Wat dit besluit bijzonder maakt voor een winkel als de onze: in België rusten de verplichtingen niet alleen op de fabrikant, maar op de fabrikant, de invoerder én de verdeler. In Duitsland ligt de last bij de fabrikant, in Frankrijk bij wie het product op de markt brengt. Wij zijn hier dus mee verantwoordelijk voor wat wij verkopen, en dat is ook de reden dat wij de emissiegegevens bij onze leveranciers opvragen in plaats van ze te veronderstellen.

Buiten het toepassingsgebied vallen vloerbedekkingen die volledig uit natuursteen, keramiek, glas of staal bestaan, en producten die uitsluitend bestemd zijn voor industrieel gebruik of gemotoriseerd verkeer, op voorwaarde dat dat gebruik duidelijk leesbaar op de verpakking staat.

*Bron: KB emissiegrenswaarden VOS voor vloerbekledingen en hun lijmen, van kracht sinds 1 januari 2015 - CEN/TS 16516 - Buildwise, nieuwe reglementering voor de emissies van vloerbekledingen en hun lijmen*

Vraagt uw lastenboek een emissieklasse of een gezondheidslabel? Geef het door bij de aanvraag, dan halen wij de verklaring bij de fabrikant op vóór we bestellen. Zie ook vloeren en tapijt.

## Opmeten volgens NBN B 06-001

*De Belgische meetmethode voor muur- en vloerbekledingen*

Vroeger mat iedereen in België op zijn eigen manier, per streek en per beroep, met als gevolg dat twee meetstaten voor dezelfde ruimte verschillende hoeveelheden gaven. De Belgische norm NBN B 06-001, gepubliceerd in 1982, is vandaag de referentie voor het opmeten van muur- en vloerbekledingen. Oudere documenten zoals de STS 45.1 bevatten tegenstrijdigheden en worden beter niet meer gebruikt.

De norm steunt op drie basisprincipes: de meetmethode staat los van de uitvoeringsmethode, de hoeveelheden worden gegeven zonder materiaalverlies, en ze worden per soort ingedeeld. Dat eerste is belangrijk om te weten: de meetstaat is geen bestellijst. Snijverlies, rapport en aansluiting komen er nog bovenop.

Enkele regels die in de praktijk het vaakst tot discussie leiden:

| Situatie | Volgens de norm |
|---|---|
| maten van de ruimte | tussen de naakte muren, dus vóór het aanbrengen van de bekleding |
| voegen | tellen niet mee |
| openingen bij keramische tegels | kleiner dan 0,50 m² wordt niet afgetrokken |
| openingen bij natuursteen | kleiner dan 50 dm² wordt niet afgetrokken |
| banden tot 0,30 m breed (plinten, friezen, dagkanten) | gemeten in lopende meter, met vermelding van de breedte |
| banden breder dan 0,30 m | gemeten als oppervlakte |
| een op zichzelf staand vlak | keramiek: tot 0,50 m² per stuk; natuursteen: kleiner dan 10 dm² telt als 10 dm² |

Vindt de uitvoerder een fout in de meetstaat, dan moet hij dat schriftelijk melden aan de architect of de opdrachtgever en de fout aantonen aan de hand van de plannen. Wordt de fout niet opgemerkt, dan zijn de meerkosten voor zijn rekening.

*Bron: NBN B 06-001 (1982) - Buildwise, opmeten van muur- en vloerbekledingen volgens de norm NBN B 06-001*

Wij meten zelf op bij u thuis of op de werf, en rekenen daarbij het snijverlies, het rapport en de aansluiting mee - want die staan per definitie niet in de meetstaat. Zie ook projectinrichting.

## Slijtvastheid

*Martindale (EN ISO 12947) en Wyzenbeek (ASTM D4157)*

Martindale heet voluit "bepaling van de slijtvastheid van weefsels volgens de methode van Martindale". Een rond proefstuk wordt onder druk in een achtvormige beweging over een wollen schuurdoek gewreven. Bij meubelstof gebeurt dat doorgaans onder 12 kilopascal, bij kleding onder 9. Het eindpunt is meestal het breken van twee draden. De eenheid is toeren.

Wyzenbeek werkt anders: heen en weer in één richting over katoenduck of gaas, en telt dubbele wrijvingen. De twee zijn niet omrekenbaar. Een kaal getal zegt weinig zonder de druk, de schuurstof en het eindpunt erbij.

Wat de wevers zelf als indeling hanteren staat op de pagina over meubelstof: bij Kvadrat 10.000 tot 15.000 voor licht gebruik, 15.000 tot 30.000 voor woningen en 30.000 tot 50.000 en meer voor contract.

*Bron: EN ISO 12947 delen 1 tot 4 - ASTM D4157 - Kvadrat, key fabric performance indicators*

## Pilling

*EN ISO 12945*

Pilling is de vorming van pluisbolletjes aan het oppervlak. De norm kent vier delen: pillingbox, gemodificeerde Martindale, random tumble en visuele beoordeling. Het proefstuk wordt een vast aantal toeren gewreven of getuimeld en daarna vergeleken met referentiebeelden.

De schaal loopt van 5, geen verandering, tot 1, zeer sterke pilling. Sinds de herziening van 2021 worden pilling, pluizen en vervilten apart gerapporteerd. Vergelijk alleen resultaten met hetzelfde deel van de norm en hetzelfde toerental.

*Bron: EN ISO 12945:2021*

## Lichtechtheid

*ISO 105-B02 en de blauwschaal*

Het staal wordt onder een xenonbooglamp belicht, naast acht blauwe wolreferenties. De verkleuring wordt met een grijsschaal beoordeeld. De schaal loopt van 1, zeer slecht, tot 8, uitstekend; elke stap komt ruwweg neer op een verdubbeling van de belichtingsduur.

Voor gordijnen en zonwering vraagt u minstens 5 tot 7. Kvadrat hanteert minimaal graad 5 voor zijn hele gamma. Kendix vertaalt het naar de praktijk: lichtechtheid 6 betekent lichte verkleuring na ongeveer twee jaar. Oriëntatie van het raam, glas en de tint van de stof bepalen het werkelijke verloop mee.

*Bron: ISO 105-B02 - Kvadrat, key fabric performance indicators - Kendix, Specifications*

## Wrijfechtheid

*ISO 105-X12 voor textiel, ISO 11640 voor leder*

Bij textiel wrijft een crockmeter met ongeveer 9 newton een wit katoenen doekje over een baan van ruim 10 centimeter, droog en nat. De kleurafgifte op het doekje wordt met een grijsschaal beoordeeld, van 5 geen afgifte tot 1 zeer sterke afgifte.

Bij leder gebruikt ISO 11640 een wolvilt van 15 bij 15 millimeter onder 500 of 1000 gram, ongeveer veertig cycli per minuut, droog, nat of met kunstmatig zweet. Elmo Leather noteert voor Elmosoft en Elmonordic nat 80 op 4, droog 2000 op 4 en zweet 50 op 4.

De natte waarde ligt bijna altijd lager dan de droge. Dat telt wanneer lichte kleding op een donkere zetel komt.

*Bron: ISO 105-X12 - ISO 11640:2018 - Elmo Leather productfiches*

## Naadverschuiving

*EN ISO 13936-2*

Een genaaid proefstuk wordt haaks op de naad belast tot een vaste kracht - bij meubelstof gangbaar 180 newton - en daarna wordt de naadopening op het breedste punt in millimeter gemeten. Hoe kleiner, hoe beter. Deel 1 van de norm werkt omgekeerd: vaste opening, gemeten kracht.

Losse of gladde weefsels met lange zwevingen - satijn, linnenlook, viscose - scoren hier structureel lager. Kvadrat noteert voor Hallingdal 65 4,5 millimeter in de ketting en 4,0 in de inslag; Kendix legt de grens op maximaal 6 millimeter bij 180 newton.

*Bron: EN ISO 13936-2 - Kvadrat productfiches - Kendix, Specifications*

## Geluidsabsorptie

*EN ISO 354, EN ISO 11654 en de klassen A tot E*

EN ISO 354 meet de absorptie in een galmkamer per tertsband. EN ISO 11654 vertaalt dat naar één getal, alfa w, door een referentiecurve in stappen van 0,05 te verschuiven en de waarde bij 500 hertz af te lezen. De schaal loopt van 0,00, geen absorptie, tot 1,00, volledige absorptie.

| Klasse | Alfa w |
|---|---|
| A | 0,90 - 1,00 |
| B | 0,80 - 0,85 |
| C | 0,60 - 0,75 |
| D | 0,30 - 0,55 |
| E | 0,15 - 0,25 |

*Bron: EN ISO 11654*

Een waarde geldt alleen bij de geteste montage en de geteste afstand tot de wand. Création Baumann toont dat zelf: hetzelfde systeem haalt voor de galmkamerwand alfa w 0,90 en vrij hangend nog 0,50.

*Bron: Création Baumann, Acoustic Stripes Comparison Chart*

## Luchtstromingsweerstand

*EN ISO 9053*

Er wordt een gekende luchtstroom door het proefstuk gestuurd en het drukverschil gemeten. Daaruit volgt de specifieke weerstand in pascal maal seconde per meter. Te open en het doek dempt niets; te dicht en het geluid dringt er niet in door. Poreuze absorbers werken optimaal in het middengebied.

Kvadrat publiceert deze waarde bij elk gordijn, en de reeks laat de samenhang zien: Air 4 met minder dan 10 haalt geplooid alfa w 0,10, Drops Acoustic met 138 haalt 0,55, Lumo met 303 haalt 0,75.

*Bron: EN ISO 9053-1:2018 - Kvadrat productfiches*

## Lichtdoorlating en g-waarde

*EN 410, EN 13363 en EN 14501*

EN 410 berekent uit spectrale metingen de lichtdoorlating in het zichtbare gebied van 380 tot 780 nanometer, de reflectie en de absorptie. Samen komen die op honderd procent uit.

De g-waarde is de totale doorgelaten zonne-energie: wat er rechtstreeks doorgaat plus het deel van de geabsorbeerde energie dat naar binnen wordt afgestaan. Nul betekent alles tegengehouden, één betekent alles doorgelaten. Voor zonwering telt niet de waarde van het doek alleen maar de combinatie doek en glas samen, de g-totaal volgens EN 13363, met prestatieklassen volgens EN 14501 van 0 gering tot 4 zeer goed.

Vraag daarom altijd de waarde bij uw werkelijke beglazing. Création Baumann publiceert de doekwaarden per kleur; op de pagina over vitrage staan die tabellen.

*Bron: EN 410 - EN 13363-1 en -2 - EN 14501 - Création Baumann, Glare and Heat transmission values overview*

## Openheidsfactor

*Screendoeken*

De openheidsfactor is het aandeel open ruimte tussen de draden, in procent. Drie procent betekent drie procent gaten en zevenennegentig procent vezel. Nul is verduisterend; tien tot veertien procent geeft veel doorzicht en weinig verblindingsreductie. De factor wordt bepaald op het donkerste kleurnummer van een reeks.

Twee dingen om te weten. De openheidsfactor is geen genormeerde certificering en zegt op zichzelf niets over de energieprestatie - dat doet de g-totaal. En een screen geeft alleen overdag privacy: 's avonds, met het licht aan binnen, keert het effect om. Donkere doeken geven scherper doorzicht naar buiten, lichte weren meer warmte.

Silent Gliss zet de factor rechtstreeks in de naam van het doek: Versascreen 1-10%, Multiscreen 1-10%, Atracor 3%.

*Bron: Silent Gliss, Roller blind systems - technische documentatie van screendoekfabrikanten*

## Brandnormen

*Wat elke norm test*

Voor gestoffeerd meubilair test EN 1021 deel 1 met een smeulende sigaret gedurende een uur, en deel 2 met een vlam ter grootte van een lucifer, waarbij de verbranding binnen 120 seconden na het wegnemen moet stoppen. Beide op een proefmodel met vulling en bekleding samen.

BS 5852 gebruikt ontstekingsbronnen 0 voor de sigaret, 1 tot 3 voor een gasvlam en 4 tot 7 voor houten stapelroosters. Crib 5 staat voor middelhoog risico zoals horeca en hotel, crib 7 voor hoog risico.

Voor gordijnen geldt BS 5867 deel 2: type B na twaalf wasbeurten op 75 graden voor hotels, kantoren en publieke gebouwen, type C na vijftig wasbeurten voor de zorg. EN 13773 klasseert het brandgedrag van gordijnen en draperieën in klassen 1 tot 3.

EN 13501-1 klasseert bouwproducten van A1 tot F, met s1 tot s3 voor rookontwikkeling en d0 tot d2 voor brandende druppels. DIN 4102 B1 is de Duitse aanduiding voor moeilijk ontvlambaar, NF P 92-503 M1 de Franse voor niet-brandonderhoudend.

In de Verenigde Staten klasseert NFPA 260 bekledingsstof op sigaretontsteking, is NFPA 701 de verticale vlamtest voor hangend doek, en test CAL TB 117-2013 de smeulweerstand van stof, barrière en vulling samen. Voor de scheepvaart geldt de IMO FTP Code: deel 7 voor verticaal hangend textiel, deel 8 voor gestoffeerd meubilair, deel 9 voor beddengoed.

> Dit zijn testmethodes, geen automatische verplichtingen. Wat verplicht is, volgt uit het bouw- en brandveiligheidsrecht en uit het gebruikstype van het gebouw.

*Bron: EN 1021, BS 5852, BS 5867-2, EN 13773, EN 13501-1, DIN 4102, NF P 92-503, NFPA 260 en 701, CAL TB 117-2013, IMO 2010 FTP Code - Lelièvre, NF Fabric Standards Glossary*

## Trevira CS

*Permanent tegenover nabehandeld*

Trevira CS is een merknaam, geen norm. Het is polyestervezel waarin de brandvertragende component chemisch in het polymeer is ingebouwd. Daardoor is de eigenschap permanent: ze verdwijnt niet door wassen, reinigen of veroudering.

Een brandvertragende nabehandeling zit daarentegen als coating of impregnatie op het oppervlak en kan uitspoelen. Vraag bij nabehandelde stoffen altijd hoeveel reinigingsbeurten toegelaten zijn en of het certificaat ook na reiniging geldt.

*Bron: productdocumentatie Trevira CS-verwerkers, onder meer Création Baumann, Zimmer + Rohde en Nya Nordiska*

## Gebruiksklassen voor vloeren

*EN 1307 en EN ISO 10874*

Het eerste cijfer geeft de omgeving: 2 voor woning, 3 voor commercieel, 4 voor industrieel. Het tweede geeft de intensiteit: 1 matig, 2 normaal, 3 intensief.

| Klasse | Waarvoor |
|---|---|
| 21 | slaapkamer |
| 22 | woonkamer |
| 23 | zwaar belaste woonruimte, hal |
| 31 | hotelkamer |
| 32 | kantoor, klaslokaal |
| 33 | intensieve publieke ruimte |

*Bron: EN 1307 voor textiele vloerbedekking - EN ISO 10874, opvolger van EN 685*

De klasse is een gebruiksindicatie op basis van slijtageproeven, geen belofte over hoe de vloer er over tien jaar uitziet. Vraag daarnaast naar de luxeklasse, de geschiktheid voor bureaustoelwieltjes en voor trappen. Jacaranda geeft voor Daiya en Jaspur klasse 33 heavy contract; Van Besouw noteert bij zijn kwaliteiten 23 en 32.

## Brandklassen voor vloeren

*Bfl-s1, Cfl-s1 en Efl*

Vloerklassen komen uit EN 13501-1 met het achtervoegsel fl, van floor. Ze steunen op de stralingspaneeltest EN ISO 9239-1, die meet bij welke stralingsintensiteit een vlam zich horizontaal blijft verspreiden, aangevuld met de kleinevlamtest EN ISO 11925-2.

De reeks loopt van A1fl, onbrandbaar, over A2fl, Bfl, Cfl, Dfl en Efl tot Ffl, geen prestatie. De toevoeging s1 betekent weinig rook, s2 meer. Bfl-s1 is dus strenger dan Cfl-s1; Efl kent geen rookklasse.

De klasse geldt voor het geteste systeem, inclusief ondergrond en ondertapijt. 2TEC2 noemt zijn Bfl-s1 zelf de strengste brandklasse voor textiele vloerbedekking; Tasibel noteert Efl-s1 voor sisal en kokos, Creatuft Bfl-s1 voor Flanders en Cfl-s1 voor Wellington.

*Bron: EN 13501-1 - EN ISO 9239-1 - EN ISO 11925-2 - 2TEC2, Tasibel en Creatuft productfiches*

## Warmteweerstand

*m²K/W en tog*

Warmteweerstand is de dikte gedeeld door de warmtegeleiding, uitgedrukt in vierkante meter kelvin per watt. De textielsector gebruikt daarnaast tog, waarbij één tog gelijk is aan 0,1 m²K/W. Hoe hoger de waarde, hoe beter isolerend - en dus hoe minder geschikt voor vloerverwarming.

De vuistregel uit de praktijk: tapijt plus ondertapijt samen onder ongeveer 1,5 tog houden, dus onder 0,15 m²K/W. Tussen 1,5 en 2,5 tog verliest u rendement; daarboven werkt het systeem niet meer behoorlijk. Het gaat om de som van vloerbedekking, rug, ondertapijt en lijm, en om de maximale vloertemperatuur die de fabrikant toelaat.

Jacaranda geeft voor Daiya 2,23 tog ofwel 0,22 m²K/W en voor Jaspur 2,24 tog; Tasibel noteert voor sisal Allegro 0,10 m²K/W ofwel tog 1.

*Bron: Jacaranda en Tasibel productfiches - vuistregel uit de praktijk van vloerverwarming*

## Certificaten

*Oeko-Tex, Leather Standard, Made in Green en GOTS*

Oeko-Tex Standard 100 certificeert dat elk onderdeel van een textielartikel - garen, naaigaren, rits, druk - getest is op schadelijke stoffen, met strengere grenswaarden naarmate het huidcontact groter is, van productklasse I voor babyartikelen tot IV voor decoratiemateriaal. Leather Standard is dezelfde logica voor leder.

Made in Green is een traceerbaar productlabel dat de controle op schadelijke stoffen combineert met productie in milieuvriendelijke en sociaal verantwoorde fabrieken.

GOTS werkt anders: het certificeert biologische vezelinhoud plus milieu- en sociale criteria over de hele keten, met twee labelniveaus - organic vanaf 95 procent en made with organic vanaf 70 procent biologische vezels.

> Oeko-Tex zegt niets over de biologische herkomst van de vezel. GOTS zegt niets over slijtvastheid of brandgedrag. De twee vullen elkaar aan, ze vervangen elkaar niet.

Voor linnen bestaan er daarnaast herkomstlabels. Libeco legt uit dat Belgian Linen vraagt dat het weefsel in België geweven is en dat minstens 85 procent van het gebruikte vlas natuurlijke vlasvezel van Europese oorsprong is, met een certificaat en een uniek nummer per product; Masters of Linen staat voor honderd procent Europese productie van veld tot weefsel, met jaarlijkse audits.

*Bron: Oeko-Tex, Global Organic Textile Standard - Libeco Home, What is Belgian Linen*

## Kleurtemperatuur en kleurweergave

*Kelvin, CRI en Ra*

Kleurtemperatuur wordt in kelvin uitgedrukt en beschrijft de tint van het witte licht: rond 2700 warm geelwit, 4000 neutraal, 6500 koel daglicht. Hoe hoger het getal, hoe koeler het licht oogt.

De kleurweergave-index CRI of Ra meet hoe getrouw kleuren onder die lichtbron worden weergegeven ten opzichte van een referentiebron met dezelfde kleurtemperatuur. De schaal loopt tot 100. Ra is het gemiddelde van slechts acht testkleuren; verzadigd rood, aangeduid als R9, zit daar niet in.

Dat laatste telt wanneer u stoffen beoordeelt. Wever & Ducré zegt het zelf over lampen rond CRI 70: kleuren worden grauwer. Voor winkels en musea beveelt het merk CRI 90 of hoger aan, voor kantoren en eetkamers 80 of hoger.

> Beoordeel stalen altijd onder dezelfde kleurtemperatuur als de ruimte waar ze komen. Een stof die onder winkelverlichting warm oogt, kan thuis anders vallen.

*Bron: CIE 13.3 voor de kleurweergave-index - Wever & Ducré, What is CRI en How to choose the correct light colour*

## Draadtelling

*Waarom het getal misleidt*

Draadtelling is het aantal ketting- plus inslagdraden per vierkante inch. Er bestaat geen bindende Europese norm voor; het is handelsgebruik. Goed katoenen bedlinnen ligt realistisch tussen 200 en 400.

Het getal misleidt omdat meerdraadse garens als aparte draden meegeteld worden. Zo ontstaan cijfers van 800 of 1500, opgebouwd uit dunnere en zwakkere garens. Ralph Lauren geeft dat zelf aan bij zijn 624 thread count: opgebouwd uit 312 tweedraads garen.

Wat wél telt is de binding en de vezellengte. Alexandre Turpault meet in draden per vierkante centimeter: percal 80, katoensatijn 120. Bij satijn ligt volgens dezelfde bron één kettingdraad over drie of vier inslagdraden, waardoor de meeste kettingdraden aan het oppervlak komen - vandaar de glans en de gladde greep.

*Bron: Alexandre Turpault, Guide des matières en Satin de coton - Ralph Lauren, RL Organic Cotton Sateen*

## Rapport en aansluiting

*Bij stof en behang*

Het rapport is de afstand, meestal verticaal in centimeter, waarna het motief zich herhaalt. Het volgt uit de omtrek van de drukcilinder. De aansluiting beschrijft hoe twee naast elkaar geplaatste banen op elkaar passen.

Arte omschrijft de drie vormen zelf: bij free match heeft het behang geen patroon en kunnen de banen vrij tegen elkaar; bij straight match staat het motief op elke baan op dezelfde hoogte; bij drop match staat het op verschillende hoogte. Reverse hanging betekent dat elke baan omgekeerd ten opzichte van de vorige gehangen wordt.

Het snijverlies per baan kan nooit groter zijn dan één rapport. Reken dat mee bij het bestellen, en bestel altijd in één partij: nabestellen uit een andere partij geeft kleurverschil.

*Bron: Arte, Meaning of symbols - Omexco en Eijffinger productfiches*

## Fullness of plooifactor

*Bij gordijnen*

Fullness is de verhouding tussen de gebruikte stofbreedte en de af te dekken railbreedte. Bij factor 2 gaat er twee meter stof in één meter gordijn. Hoe hoger, hoe voller de val - en hoe meer geluid het gordijn dempt.

Silent Gliss geeft per plooisoort de factor: wave 1,8 tot 2,2, plooiband 2,1, enkele plooi 1,5, Swiss pleat 1,5 of 2,0. Kvadrat beveelt voor gordijnen 80 tot 120 procent extra aan, waarbij honderd procent de gemeten raambreedte verdubbelt.

De plooisoort bepaalt mee welke factor technisch nodig is. Te weinig fullness laat de plooien uithangen; te veel maakt het opzij geschoven pakket te dik voor de beschikbare ruimte.

*Bron: Silent Gliss, Bespoke Curtains - Kvadrat, curtain confectionery recommendations*

## Vezelgeverfd of oppervlakgeverfd

*Waar het pigment zit*

Bij vezelgeverfd - in het Engels solution dyed, ook dope dyed of spingeverfd - wordt het pigment in de vloeibare polymeermassa gemengd vóór het spinnen. De kleur zit dan door de volledige vezeldoorsnede. Bij garen-, stuk- of oppervlakverven hecht de kleurstof pas achteraf aan de buitenzijde.

Er bestaat geen aparte norm voor. Het verschil wordt zichtbaar in de meetwaarden hierboven: lichtechtheid en wrijfechtheid. Vezelgeverfde acryl haalt typisch 7 tot 8 op de blauwschaal - Umbrosa geeft dat voor beide van zijn doeken op.

Voor buiten, voor zonwering en voor sterk belichte interieurs is vezelgeverfd de veiligere keuze, ook omdat schuren of bleken de kleur niet wegneemt. Het kleurenpalet is wel beperkter en de prijs hoger.

*Bron: Umbrosa, Fabrics of the Umbrosa umbrellas - Zimmer + Rohde, Outdoor*

## Bronnen

- EN ISO 12947, EN ISO 12945, EN ISO 13936-2, EN ISO 354, EN ISO 11654, EN ISO 9053
- ISO 105-B02, ISO 105-X12, ISO 11640
- EN 410, EN 13363, EN 14501
- EN 1021, BS 5852, BS 5867-2, EN 13773, EN 13501-1, DIN 4102, NF P 92-503
- NFPA 260, NFPA 701, CAL TB 117-2013, IMO 2010 FTP Code
- EN 1307, EN ISO 10874, EN ISO 9239-1, EN ISO 11925-2
- Oeko-Tex Standard 100, Leather Standard, Made in Green, GOTS
- CIE 13.3 voor de kleurweergave-index
- Kvadrat, Création Baumann, Silent Gliss, Kendix, Elmo Leather, Jacaranda, Tasibel, Creatuft, 2TEC2, Arte, Alexandre Turpault, Libeco, Umbrosa, Zimmer + Rohde en Wever & Ducré
- Koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen inzake brandpreventie, bijlage 5, en het wijzigingsbesluit van 7 december 2016
- Koninklijk besluit met emissiegrenswaarden voor vluchtige organische stoffen in vloerbekledingen en hun lijmen, van kracht sinds 1 januari 2015
- NBN S 01-400-1 (woongebouwen, uitgave 2008, herzien 2022), NBN S 01-400-2 (schoolgebouwen, 2012), ISO/TS 19488
- NBN EN 16205:2020, NBN EN ISO 717-2, NBN EN ISO 10140-3, NF S 31-074:2002
- NBN EN 14501, NBN EN 13363-1 en -2, NBN EN 13561, NBN EN 13120, NBN EN 13659
- NBN EN 14041, NBN EN 13238, NBN EN 685, CEN/TS 16516
- NBN B 06-001 (1982), de Belgische meetmethode voor muur- en vloerbekledingen
- Buildwise (voorheen WTCB), artikels over brandreactie, akoestische prestaties van vloerbedekkingen, functies van zonneweringen, emissies van vloerbekledingen en opmeten volgens NBN B 06-001
- Normen, aangehaald op deze pagina: BS 5852, Crib 5, EN 1021, EN 1307, EN 13363-1, EN 13501-1, EN 13773, EN 14501, EN 16205, EN 410, EN 685, EN ISO 10874, EN ISO 11654, EN ISO 11925-2, EN ISO 12945:2021, EN ISO 12947, EN ISO 13936-2, EN ISO 354, EN ISO 9053-1:2018, EN ISO 9239-1, ISO 105, ISO 11640, KB Basisnormen, KB van 7 december 2016, NBN B 06-001, NBN EN 13120, NBN EN 13238, NBN EN 13363-1, NBN EN 13363-2, NBN EN 13501-1, NBN EN 13561, NBN EN 13659, NBN EN 14041, NBN EN 14501, NBN EN 16205:2020, NBN EN ISO 10140-3, NBN EN ISO 717-2, NBN EN ISO 9239-1, NBN S 01-400-1, NBN S 01-400-2, Trevira CS

---

Burigat Decoratie, Hundelgemsesteenweg 734/1, 9820 Merelbeke-Melle, Belgie.
Telefoon +32 9 233 95 75. Toonzaal open van maandag tot vrijdag, op afspraak.
Bron van deze pagina: https://www.burigatdecoratie.be/pages/producten/normen-en-begrippen/
